De leidsels zijn in handen van ….. Anne Okkema

Wat is de eerste kennismaking van je met mennen?
Mijn eerste kennismaking met het mennen was meer dan veertig jaar geleden, met het paard van mijn vrouw Antsje. Het was een KWPN’er met een vleugje Arabisch bloed. Naast dressuur- en springwedstrijden deden we destijds ook fanatiek mee aan ringsteken. Antsje stak uitstekend en samen werden we zelfs Nederlands kampioen.
Sindsdien heb ik met werkelijk alle soorten, maten en rassen gemend, waar ter wereld ik ook was. Maar één dier is me altijd bijgebleven: een muilezel. Ongelooflijk hoe sterk die dieren zijn. Uiteindelijk heb ik hem maar voor de trekker gezet. Hij heeft nog vijf keer geprobeerd ermee vandoor te gaan, maar toen was het echt klaar.
De vraag naar Friese paarden begon in die periode steeds meer toe te nemen. We verkochten onze rij- en tuigpaarden en kochten tien tweeënhalfjarige Friese hengsten. Toen ik met het kadetje weer naar huis reed, trilde ik als een blad aan de boom; het was voor ons een enorm bedrag. Ons hart lag altijd al bij de Friezen, maar voor de marathon hadden we meer uithoudingsvermogen nodig. Kruisen was daarom een logische volgende stap.
Jan Driesen was al begonnen met het kruisen met Arabieren, en dat sprak ons ook aan. Maar dan wilden we ze wel zelf fokken. Zo zijn we samen met Peter Chardon gestart met Topspeed Friesians. Deze paarden bleken fantastisch in de marathon: fel, wendbaar en met aanzienlijk meer uithoudingsvermogen. Toch waren we nog niet helemaal tevreden over het gebruik van het voorbeen.
In Engeland hoorden we over de bijzondere eigenschappen van de Russische Orlovdraver: fijne, sterke menpaarden. Dus gingen we overal op zoek naar een Orlovdraver-hengst. Na drie weken belde vierspanrijder Harry de Ruiter: hij wist er één in Duitsland.
De volgende dag stonden we om 5.00 uur met z’n drieën in Meppel, klaar voor de reis. In Duitsland troffen we een prachtige zwarte driejarige hengst, maar helaas had hij een bolspat. Dat werd hem dus niet. Wel kochten we daar een kruisingruin. Op de terugweg werden we gebeld over een goedgekeurde Orlovdraver-hengst. Het bleek een schimmel te zijn… maar ja, een goed paard heeft geen kleur. Hij had al een indrukwekkende staat van dienst en we waren meteen verkocht. Dus kochten we hem.
In het vierspan bleek hij helemaal in zijn element. Toen de merries hengstig werden, gingen de ijzers eraf en mocht hij de wei in, tussen dertien lonkende dames. Een kwart van zijn nakomelingen bleek schimmel, en ze waren opvallend uniform. We rijden er nu nog steeds mee.
Met wat voor paard(en)/pony(‘s) men je en vertel eens hoe je aan ze komt, wat voor karakter ze hebben en hoe je ze traint?
De paarden waar ik nu mee rijd zijn 5 ruinen en 1 merrie en beschikken over uitzonderlijk uithoudingsvermogen. In zware marathons galopperen veel paarden de laatste hindernissen niet meer, maar bij de Topspeed-paarden vliegen de graspollen nog door de lucht. En dat op slechts één kilo krachtvoer per dag. In de africhting waren ze niet de makkelijksten, maar als je ze eenmaal voor je gewonnen hebt, gaan ze voor je door het vuur.
Het kruisen van paarden is altijd een hobby van me geweest. Zo staan er bij ons op stal onder andere een meervoudig wereldkampioen (Glamourdale x Fries), een Orlov x dressuurpaard, een Orlov x springpaard, en een Orlov x Andalusiër x Fries. Maar ook ons paradepaard, de goedgekeurde hengst Roelemans, een Nane x Hennessy die zijn fraaie karakter en ‘gouden draadje’ duidelijk doorgeeft aan zijn nakomelingen. We hebben van alles staan; ze zijn superveelzijdig en je wordt elke keer blij als je ze onder het zadel of voor de wagen ziet lopen. En we hopen dat we deze toppers met hun nieuwe eigenaren nog vaak op de wedstrijden tegen mogen komen.
We hebben tien jaar lang wilde wedstrijden gereden, ontzettend veel plezier gehad en veel gewonnen. Maar dat komt me nu soms duur te staan, want destijds trainden we nauwelijks dressuur. Gelukkig krijg ik tegenwoordig veel hulp van bondscoach Ad Aarts.
Welke doelen heb je voor de toekomst?
Mijn toekomstdoel? Wereldkampioen vierspan worden. Al moet ik er misschien 150 jaar voor worden. Maar zelfs meedraaien in de middenmoot zou al prachtig zijn.
Wat betekent je groom voor je?
Grooms zijn daarbij van onschatbare waarde. Jarenlang was Thys Fopma mijn vaste topgroom, maar nu we internationaal rijden is hij te lang van huis. Buurvrouw Rixte Ludema heeft zijn taak overgenomen en vormt samen met Jenny Visser ons nieuwe team. En natuurlijk ons hele team op de handelstal: zij houden alles draaiende met veel enthousiasme, waardoor wij met een gerust hart op pad kunnen.
Wil je verder nog iets kwijt?
Mijn grote voorbeeld is altijd kunstenaar en menner Ysbrand Chardon geweest. Veertig jaar geleden verkocht ik wel eens een paard aan hem en als ik het kwam brengen, trainde ik altijd even met hem mee. Ook geniet ik enorm van Siebren Minkema; hij kan een paard zo prachtig op eigen benen laten lopen.
Aan wie geef je de leidsels door en waarom?
Tot slot geef ik de leidsels symbolisch door aan zeer enthousiaste Atsje Bosgraaf.